WANDELDAGEN 16 - 17 - 18: Van Luik (Liège) naar Sclayn (Blg)
20 oktober 2025 - Idskenhuizen, Nederland
Er moesten koffers worden gepakt, want we gingen nu van woensdag 15 oktober t/m zondag 19 oktober naar Aywaille, een alleraardigste stad in België. De man van Klazien had daar, voor ons vieren, een appartement geboekt. Vanuit hier zouden wij gebracht en gehaald worden naar en van de start- en finishlocaties. De reis van bijna vier uur ernaartoe deed ons beseffen dat we al een behoorlijk eind naar beneden zijn gewandeld! En dat gaat alleen maar meer worden.
- Donderdag 16 oktober – ’s Morgens om zes uur uit bed, aankleden, ontbijten en toen de auto in. Beide heren reden ons naar de plek waar we in april jl. waren gestopt. De navigatie gaf een half uurtje rijden aan, maar dat werd een uur. Alle Belgen waren op weg naar hun werk, en de weg ernaartoe kostte dus meer tijd dan voorzien.
Jupille-sur-Meuse ligt aan de Maas en is een voorstad van Luik. We bevinden ons nu in Wallonië, het Franstalige deel van België. Dat ‘Frans’ zal het voorlopig ook wel blijven. Dat was meteen te merken, want terwijl we door de stad wandelden, kwamen we allemaal vriendelijke mensen tegen die ons in het voorbijgaan begroetten met een vrolijk “Bonjour!”
Ik bonjourde opgewekt terug, Klazien hield het op “goeiendag” en “hallo”.


De route liep al gauw langs de Maas. Heerlijk wandelweer!
Ik had de route, op basis van de officiële pelgrimsroute, in mijn wandelapp uitgezet. Dat is vooral handig wanneer er geen aanwijzingen zijn van de Pelgrimsroute zelf. We volgen het liefst de blauwe bordjes met de gele schelpen die de richting aangeven.



Bij de brug was er even wat onduidelijkheid, maar alla, we besloten linksaf te slaan.
Onderweg kwamen we langs een postkantoor. We willen dolgraag stempels, van de steden die we passeren, in onze Credential, het pelgrimspaspoort. Van Luik natuurlijk helemaal! We besloten daarom maar op het postkantoor een stempel te vragen — dan hadden we in ieder geval iets.
Ik sprak de mevrouw achter de balie aan met: “Je ne parle pas français” een zin die ik deze dagen nog vaak zal herhalen. Het lukte ons duidelijk te maken dat we een stempel wilden. Ze moest even overleggen of dat wel mocht, maar daarna kon ons boekje open.
Van Luik hadden we in ieder geval een poststempel!
Na zes kilometer riep Klazien: “Koffie!” Ik dacht nog: wil ze nu al pauzeren? Meestal is dat pas na een kilometer of tien.
Het was een leuke cafégelegenheid, en we slaakten blije kreten toen de koffie werd geserveerd. Wat een heerlijke dot slagroom! Dat moest natuurlijk op een selfie worden vereeuwigd — twee héél blije mensen.
We besloten de route toch even te controleren, want we hadden een blauw vermoeden dat er iets niet helemaal goed was gegaan. En ja hoor, het bleek inderdaad dat we, waar we links waren gegaan, rechts over de brug hadden gemoeten — weliswaar een stuk heen én terug, maar toch.
Nu weer terug gaan, betekende bijna vier kilometer extra, en we besloten dat niet te doen — we hadden tenslotte nog een lange dag voor de boeg.
De koffie smaakte heerlijk, en ondertussen zochten we op Google Maps wat er eigenlijk aan de overkant van de Maas te zien was. Tot onze schrik ontdekten we dat daar, op Place St. Jacques, een grote Sint-Jacobskerk stond! We bedachten ons geen moment en gingen meteen rechtsomkeert. Wat een geluk dat Klazien nu al pauze wilde, anders was de afstand nog langer geweest, die Jacobskerk mochten we niet missen!
De route terug was ineens geen enkel probleem meer — wat zouden we spijt hebben gehad als we het niet hadden gedaan!
De schelpbordjes volgend, kwamen we uit bij een prachtige, imposante kerk. Ook van binnen was ze indrukwekkend.
We ontmoetten een heel vriendelijke priester, die graag bereid was een stempel in ons pelgrimspaspoort te zetten — en wat voor één! Een prachtige stempel.

We waren allebei zó opgelucht en blij dat we waren teruggegaan. Vanzelfsprekend moest er ook een kaars worden aangestoken.
Klazien wilde nog op de foto terwijl ze de kerk uit stapte, en toen gingen we weer dóóórrr.
Eerst moesten we natuurlijk dezelfde weg terugwandelen. Af en toe werd het behoorlijk verwarrend, want sommige bordjes ontbraken. Ook moesten we vliegensvlug drukke wegen oversteken — o, wat was het druk op de weg, en wat rijden die Belgen hard!



Maar toen we de stad Luik eindelijk achter ons konden laten, doken we de bossen in. Wat is de herfst toch een prachtig jaargetijde om te wandelen! Klazien was blij, want op de bomen prijkten weer de vertrouwde bordjes met schelpen. Het afdalen en klimmen kon ook beginnen want we bevonden ons tenslotte in een gedeelte van de Ardennen :-)


De route moest geregeld worden bijgesteld: anders gelopen, dwars door het bos om weer op de goede weg te komen. Soms waren er bordjes, soms niet — het bleef een beetje puzzelen.
En toen kwamen we bij een bord waar we allebei direct respect voor hadden! ChatGPT er nog even bij gehaald voor de juiste vertaling, maar eigenlijk had ik het zo ook wel door: jagers in het bos! En ja hoor, juist op deze 16de oktober werd er op loslopend wild geschoten!
Aangezien wij geen doelwit wilden zijn, kozen we het hazenpad en liepen om. Dorstig kwamen we bij een restaurant aan. We hadden enorme zin in een glas cola en ook behoefte aan een toiletbezoek. Maar helaas — we kregen nul op het rekest; het restaurant was alleen voor eters bestemd. Mopperend vervolgden we onze weg. Gelukkig, een kilometertje verder doemde daar “De Gouden Driepoot” op — en die had heerlijk ijs!
De beide heren hadden we ondertussen ingeseind dat we bijna op onze eindplek voor deze dag waren. Het was nog slechts een kleine drie kilometer, en toen vonden we het wel genoeg geweest. Het was onderhand 17.30 uur. Morgen verder!
Afstand 28 km - 321↑ : Jupille-sur-Meuse - Luik(Liège) - La Roche aux Faucons
___________________________________________________________________________________
- Vrijdag 17 oktober – ’s Morgens hetzelfde ritueel: om zes uur uit bed, kleren aan, ontbijten en de auto weer in. Onze mannen brachten ons naar de eindplek van gisteren. Het was een “tút en der út” — meteen konden we om 7.45 uur onze tocht door het bos beginnen.




Het schemerde nog een beetje, en dat was op zich al een belevenis. Er hing een weldadige stilte in het bos; alleen wij tweeën liepen daar, verder was er geen kip te bekennen. Onze voetstappen echoden bijna in de stilte. Frappant genoeg hoorden we ook weinig vogels. Zouden ze vertrokken zijn na de jachtpartij van gisteren? ;-) Vandaag werd er in elk geval niet geschoten, dus het bos was veilig.
Het was wel een serieuze klim- en klauterpartij. Blij dat we de wandelstokken bij ons hadden! De kop moest er goed bij blijven om valpartijen te voorkomen. Overtollige kleding kon uit. Ik vond het pittig hoor — poeh! Het was 'swit op it gebit'.
Maar het was opnieuw geweldig mooi wandelweer. Daar boften we mee, want als het een natte regenboel was geweest, waren die steile afdalingen heel riskant geweest. Heel af en toe passeerden we een paar huizen, maar de meeste paden liepen vandaag door het bos — zo’n twaalf kilometer achter elkaar. Ook ging een flink stuk vandaag langs een rivier genaamd de 'Ourthe'.




En dan weer weidse vergezichten. Het Belgische landschap was een lust voor onze ogen. Genieten hoor!
We zijn deze dag geen enkele winkel tegengekomen, laat staan een café. Maar inmiddels hebben we geleerd zelfvoorzienend te zijn. En dat waren we vandaag helemaal: koffie, brood, koekjes, soep — alles hadden we bij ons. Zelfs een droog kleedje om op natte bankjes te kunnen zitten.
Ik moet zeggen: we beginnen, hoe langer hoe meer, ervaren pelgrims te worden!


Een kerk gaan we, als de deur niet op slot is, altijd even binnen. Na twintig kilometer kwamen we in Saint-Séverain, bij de Église Saints-Pierre-et-Paul.
Bij binnenkomst troffen we daar een jongeman van, ik schat, een jaar of vijfentwintig. Ik begon weer met mijn vaste zin: “Je ne parle pas français” — dan weten ze meteen waar ze aan toe zijn.
Hij schrok een beetje, haalde zijn schouders op en zijn handen gingen vertwijfeld omhoog. En dan merk je weer: ons Frans is nog altijd beter dan zijn Engels. Gelukkig hebben we ChatGPT mee op reis, dus typte ik onze vraag of ze een stempel van de kerk voor in onze pelgrimspas hadden.
De jongen antwoordde dat hij iemand zou zoeken die dat voor ons kon regelen.
In de tussentijd kon Klazien de kerk bekijken en deed ik wat ik graag doe: even '(kerk)bankhangen', lekker uitrusten.
Even later kwam de behulpzame jongeman terug en stak twee duimen omhoog — het was gelukt iemand te vinden! Wij reageerden heel blij. Maar hij maakte allerlei gebaren die we niet begrepen, dus ik bood hem mijn telefoon weer aan. Het woord 'chatGPT' verstaat de jeugd daar dan weer wél.
Hij typte een heel verhaal, en toen las ik tot mijn verbazing, dat er een mevrouw zou komen die voor een warme maaltijd én een slaapplek zou zorgen. Maar wij hoefden alleen maar een stempel! Dat kon ik hem gelukkig, mbv chatGPT, duidelijk maken.
- Maar het had net wat voor Klazien en mij geweest, daar eten en slapen in die kerk in Saint-Séverain.
We beloven ons zelf plechtig, dat we ooit ook nog eens op de bonnefooi gaan wandelen. Dat moeten we meemaken!
Een hele lieve mevrouw en aardige priester kwamen binnen en wij stelden ons netjes voor: "KLazien'"en "Christien". Ze maakten een opmerking over onze namen en toen viel het ons zelf ook op, onze namen rijmen!
We werden door de kerktuin, trappen op, naar een kamer gebracht waar we zelf een stempel mochten zetten. Machtig leuk dat het gelukt was, weer een stempel meer!
Ik was heel blij dat de laatste kilometers over asfalt gingen. Weliswaar nog met stijgen en dalen, maar toch — dat liep een stuk makkelijker dan in het onherbergzame bos. Ik vond het vandaag een pittige wandeltocht, maar wéér een prachtige voor in de boeken!
In de omgeving wordt flink uitgepakt met Halloween. Af en toe kom je hele leuke taferelen tegen. We eindigden de dag bij een huis dat van boven tot onder was versierd: een waar spektakel, met bewegende engerds die ook nog geluid maakten!
Morgenochtend starten we hier weer.
Afstand 27 km - 377↑ : La Roche aux Faucons - Esneux - Amostrennes - Berleur - Saint-Severin - Fraineux - Villers-le-Temple - La Forge
************************************************************************
- Zaterdagmorgen 18 oktober: We werden, door onze mannen, afgeleverd bij het spookhuis van de vorige dag. Toen we ons daar lieten fotograferen, begonnen de doden te leven — we schrokken ons een hoedje! Dat werd dus een vrolijke start van de dag.



De route van vandaag beloofde minder klim- en klauterwerk, maar toch waren er afdalingen die naar niets leken te leiden. We vroegen ons af: moeten we daar nu écht doorheen? Omdat er duidelijk zichtbaar een schelpbord die richting aanwees, daalden we toch het onherbergzame gebied af. Het pad leek net een beekje zonder water. Gelukkig viel het een paar meter verder toch mee, en dapper hebben we onze weg voortgezet.
Schelpen op palen en hekken hielpen ons het rechte pad te houden.

Het weer was wederom geweldig en de natuur prachtig. Wat een immens groot veld met alleen maar koolzaad!
Na ongeveer acht kilometer hielden we pauze op een heerlijke zit-plek in de zon. Voorbijgangers maakten een foto van ons — en dat is een prachtige cultuurfoto geworden!


Vlak voor Huy (spreek uit “Hoei”) kwamen we bij een kerk die aan de binnenzijde in de steigers stond. Er was verder geen mens te bekennen, dus we besloten onze weg te vervolgen — deze keer helaas geen stempel. Maar toen we de trappen voor de kerk afdaalden, ontdekten we ineens, in de tegels, een goudkleurige, ingemetselde schelp. We maakten een compositie van schelp, onze wandelstokken en voeten, en zo goed en zo kwaad als het ging, maakten we daar foto’s van. Alles voor het mooie plaatje!

Toch nog maar even een rondje om de kerk gelopen — je weet maar nooit of je nog iemand tegenkomt. We ontdekten een deur die niet op slot zat en gingen naar binnen. Daar was nog een deur met een bel en een naambordje van een frater die daar kennelijk woonde?
Omdat Klazien veel meer lef heeft dan ik, duwde ik haar naar voren: zij moest maar aanbellen!
We hoorden de bel wel klingelen, maar verder bleef het h e l e m a a l stil. “Jammer,” zeiden we tegen elkaar, deze keer dus echt geen stempel.
Ik vroeg Klazien om een ‘jammer-maar-helaas’ -gebaar te maken. Ik wilde zo een foto van haar maken — leuk voor dit verslag, om te laten zien dat het ook weleens tegenzit, toch! Klazien gehoorzaamde onmiddellijk en ik maakte de foto.
Op dat moment zwaaide achter ons de deur open, en daar kwamen een priester en een mevrouw binnen. Ze begrepen meteen dat wij pelgrims waren die graag een stempel wilden. De priester sprak goed Engels en vertelde ons dat er in deze ruimte eigenlijk nooit mensen kwamen.
Het was puur toeval dat zij lans kwamen. We waren blij en stomverbaasd, het overkwam ons weer!
- Het is zo vaak dat ons ‘het toeval’ treft — zó bijzonder vaak dat het in onze beleving geen toeval meer kan zijn. Het geeft vertrouwen voor het verloop van onze tocht naar Santiago de Compostella. We wandelen in het moment, maar af en toe fantaseren we over onze aankomst — ooit — in Santiago.



We waren al op een behoorlijke hoogte aan het wandelen. Wat volgde, was een hele lange afdaling over een weg die de 'Muur van Huy' bleek te zijn. Klazien moest en zou met Claude Criquielion op de foto — ze gaf hem zelfs een duwtje!
(Het is een monument op het steilste stuk, halverwege de Muur van Huy. Deze wielrenner is tweevoudig winnaar van de Waalse Pijl — dat heb ik even opgezocht op Google, want het zegt mij verder eerlijk gezegd niet zoveel.)



Huy was heerlijk om doorheen te wandelen. Wat een mooie stad! Onderweg: alleen kijken en niet kopen — meenemen kunnen we het toch niet. Wat een geluk.
De routebordjes gaven een andere richting aan dan de route op de Santiago-site. We besloten de straat-schelpbordjes te volgen en alleen in nood de digitale route te raadplegen.
Ik zei nog gekscherend: “Misschien leiden de routebordjes ons vandaag wel naar een leuk café.”
En ja hoor — twee straten verder kwamen we uit bij het stadhuis én een gezellig terrasje. Terwijl er, tot drie keer toe, een bruidspaar voorbij kwam, genoten wij van heerlijke cappuccino met een lekkere chocoladekoek. Zo verdiend, dit! :-)
En toen weer verder!

Halverwege hebben we in een kerk een kaars aangestoken bij een prachtig Lourdesbeeld, maar zijn verder niet meer op zoek gegaan naar nóg een stempel.



Daarna gingen we Huy wandelend verlaten en liepen al gauw weer langs de Maas. Schitterend, wat een zaligheid was dat. De zon scheen volop en wij zijn maar liefst 18 km langs de Maas gelopen. Volop tijd om te genieten, te praten, te lachen en om ons heen te kijken.
Onze mannen stonden ons bij de brug in Sclayn op te wachten. De volgende keer lopen we daar overheen en gaat onze tocht verder aan de andere kant van de Maas. Nog tien kilometer, en dan zijn we in Namen!
Hier in Sclayn stoppen we eerst weer —
en om dat te vieren hebben we getoast met rode en witte wijn, en bier voor de mannen.
Santé op het volgende traject!
Afstand 28 km - 334↑ : La Forge - Les Gottes - Huy - Ahin - Gives - Andenelle - Andenne - Sclayn
==========================================================
Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostella is het ca. 2948km
Dit weekend 83 km = 648 km op weg
KAART
Nog 2304 km te gaan :-)









Herkenning fan jirren ferlien doe wij dezelfde route dien. Wij binne yn 1fekansje troch België rûn tot Dinant. Survival troch de Ardennen, gedenkwaardige muur fan Huy, Namen komt nog is erg leuk. Nei de deitocht fytsten we wer nei beginpunt en wiene leuke klimmetjes bij.
Dit jier binne wij eindigde bij Saint- Jean -Pied- de Port. Poort nei de Pyreneeën. Succes dames, sa leuk sa foar jim. 💪.
Grtjs Christien
Prachtige foto's.
Geweldig dat it wer slagget om tegearre kilometers te rinnen. Wy sjogge no al út nei it ferfolch!
Set em op froulju : en mei de Fryske wurden fan de St. Patrick seine.... Mei jim reis goed ferriine, mei de wyn jim waaie nei jim doel etc. ensf. 🎶🎶🎶🎶
Groetnis fan ús beide
En prachtig om de verhalen telezen, het is dan net of wandel ik mee 😉
Ben trots op jullie!!
Dikke tût
Kijk al weer uit naar jullie volgende verslag.